Spring naar inhoud

Covid-19 in de wijk

Door Raoul Buiter
Meneer G. (62 j.) belt mij een week voor de afspraak op. Hij herstelt thuis van Corona na een ziekenhuisopname van 5 dagen. Hij is alleenstaand en wil nu graag van mij horen wat hij het beste kan eten om te herstellen, rekening houdend met diabetes. Half maart begonnen de klachten bij hem; hoesten en verhoging. Na anderhalve week kreeg hij het steeds benauwder. Nu heeft meneer al lang diabetes type 2 en overgewicht, dus de huisarts liet na consultatie al snel de ambulance komen. In het ziekenhuis (OLVG-Oost) kreeg hij extra zuurstof toegediend. In de volgende dagen verbeterde zijn ademruimte en is de IC niet in beeld geweest. Zijn conditie heeft een behoorlijke knauw gekregen. Het was vooral de vermoeidheid die toesloeg bij hem door het vele hoesten. Zijn eetlust werd daarop minder en minder. Hij ervaarde geen verminderde beleving van geur of smaak. In het ziekenhuis kreeg hij met de regelmaat van de klok eiwitrijke tussendoortjes voorgezet.

Na thuiskomst bleek hij toch meer dan 4 kilogram in gewicht te zijn afgevallen. Ik hoor van hem dat zijn eetlust weer terug is en hij zijn vertrouwde porties weer kan eten bij de maaltijden. Ik noteer zijn gewicht en bespreek met hem dat gewichtsbehoud met een eiwitrijke voeding voor het herstel het doel is de komende maanden. We bespreken hoe hij zijn maaltijden rijker kan maken aan eiwit. Vooral met producten die langer houdbaar zijn, omdat zijn buren een keer per week boodschappen voor hem doen. Hij noemt zelf al tussendoortjes en gerechten met: eieren, sardines en tonijn uit blik, witte bonen uit de pot, kaas, tofu, kwark, noten en pinda’s. Ook wil hij weten hoe lang hij gerechten kan bewaren in de koelkast.

De hoest is nog gebleven dus we praten niet al te lang aan de telefoon. Hij blijft daarom binnen, in zelf quarantaine. Ik vraag nog even of hij nog vitamine D tabletten gebruikt. Ja, dat is gelukkig het geval. We spreken af dat ik over twee weken weer even bel. Hij neemt nog even de gelegenheid om te zeggen dat hij blij is met de huisarts, de verpleging in het ziekenhuis en de andere zorgverleners die hij nog spreekt. Dat ze allemaal zo begaan zijn met zijn gezondheid en zo hun best voor iedereen doen. Een fijne afsluiting van ons gesprek, al hoor ik nog een volgende hoestbui voor ik ophang.